Plaquette bevestigd aan ’t Honk (gebouw voor vrijetijdsbesteding)

Valkenheide directeur Dirk Noordam heeft een tweetal boeken over het werken met individuele jongens geschreven. In zijn tweede boek ‘Mijn jongens‘ is een extra hoofdstuk toegevoegd dat beschrijft hoe Valkenheide de oorlogsjaren door is gekomen. Noordam is in 1944 op het terrein door de Duitsers gefussileerd en ‘Mijn jongens’ in 1947 na de oorlog posthuum uitgebracht.

 

Bommen op Valkenheide

In de nacht van 19 op 20 augustus 1940 werd het Valkenheide terrein geraakt door een aantal verdwaalde bommen. Er was geen schade aan gebouwen en er raakte niemand gewond, wel was dit voor de jongens en werkers van Valkenheide een spannende eerste oorlogservaring. In het Valkenheide maandblad van september 1940 werd daar uitvoerig over bericht.

Valkenheide in oorlogstijd

Onderstaand het relaas over de oorlogstijd dat als addendum aan het boek ‘Mijn jongens‘ van Noordam is toegevoegd:

„Een jaar van groote spanningen ligt achter ons”. Zoo schreef de Heer Noordam in zijn verslag over 1940. maar voegde er aan toe — „terwijl wij dit schrijven komt onmiddellijk boven de stemming van groote dankbaarheid jegens God. Die ons zoo wonderlijk bewaarde, dat de oorlog om ons woedde, doch wij ongerept uit die hel van verschrikking te voorschijn kwamen”. Schrijvend over de wederwaardig­heden van Valkenheide in oorlogstijd, zouden we deze uit­spraak als geldend voor de geheele bezettingstijd over kunnen nemen.

Het spreekt vanzelf, dat al spoedig, ook in het gestichts- leven, de gevolgen van de Duitsche bezetting merkbaar werden in voedselrantsoenering en het ontbreken van allerlei dingen, die het leven van den Valkenheide-jongens anders plachten op te vroolijken.

De sterke vraag naar plaatsing, die oorzaak was dat in 1940 meer dan 100 nieuwe jongens werden opgenomen, ver­zwaarde in niet geringe mate de taak van leeraren en ambtenaren, ook dreigde wel eens gebrek aan grondstoffen, maar overigens ging het eerste oorlogsjaar zonder al te groote moeilijkheden voorbij. Er was geen enkele ernstige zieke en van de bezettende macht werd aanvankelijk nau­welijks iets bemerkt Eén incident schrikte ons op: In Augus­tus vielen er bommen op het terrein, gelukkig zonder schade aan te richten.

In 1941 moest reeds onder hooger druk worden gewerkt. De eerste aanval op de vrije zelfstandigheid van de inrich­ting werd gedaan toen de Prov. Duitsche bezettingsautoriteiten de directeur voor zich lieten verschijnen en eischten dat aan de inrichting de nationaal socialistische vorming zou worden ter hand genomen. Het voltallig bestuur beraadslaag­de, een scherp afwijzende brief werd verzonden en de Duitsche eisch werd teruggebracht in het verlangen van 5 abon­nementen op het Utrechtsch Dagblad. Ook de problemen van voeding en opvoeding werden benauwender. Het aantal aanvragen om plaatsing was ongekend hoog en hoewel 148 nieuwe verpleegden werden opgenomen was hiermede nog slechts 1/5 van het aantal verzoeken ingewilligd. Bij de sterke bezetting van groepen en werkplaatsen stemde de goede geest onder ambtenaren en verpleegden tot dankbaar­heid en was er slechts één reden tot klacht: de daling van het morele peil in de buitenwereld weerspiegelde zich in het gesticht en vele en zware straffen moesten voor dieverij van allerlei aard worden opgelegd. Merkten we hierdoor te leven in abnormalen tijd, ook op andere wijze kwam dit tot uiting. Onder de Valkenheide bevolking was een element, dat op karakterloozc wijze van de omstandigheden trachtte te profiteren en zoo liet de Inspecteur voor de buiten- verpleging als rechtgeaard N.S.B.-er geen gelegenheid voorbijgaan om Valkenheide zwart te maken bij de Duitschers met als uiteindelijk doel zelf directeur te worden en ontzag hij zich niet verpleegden, die daarvoor ontvankelijk bleken, voor zijn wagen te spannen. Dit werd oorzaak, dat de Heer Noordam bij den ..Beauftragte” in Utrecht moest verschijnen om verantwoording af te leggen voor het feit. dat eenige van zijn jongens de „Führer” zou­den hebben beledigd. De aanklacht werd ontzenuwd en Valkenheide werkte verder rustig door, op geen enkele wijze gehinderd door militaire of andere gebeurlijkheden.

In 1942 kwamen de problemen van voedselpositie, kledingnood, gebrek aan grondstoffen en materiaal sterker naar voren evenals de dalende moraliteit onder de verpleeg­den, terwijl het geheele jaar een grooter aantal jongens ge­huisvest werd, dan onze inrichting eigenlijk bevatten kon. Op verzoek van het Departement van Justitie was het aan­tal beschikbare plaatsen met 10 % verhoogd. De schaarsche en eenzijdige voeding was oorzaak van een ware epidemie van steenpuisten en bloedzweren onder ambte­naren en jongens. Er zijn dagen geweest, dat 1/5 deel van de jongens onder behandeling was voor deze sterk infecteerende kwaal en in den loop van het jaar bezweken twee verpleegden er aan en moesten we nog een derde doode be­treuren, die na maandenlange verpleging in het Diaconessen­huis te Utrecht overleed. De dalende moraliteit uitte zich sterker in dieverij van allerlei aard en maakte scherp op­letten en nauwkeurig regelen noodzakelijk.

Als bijzondere gebeurtenis moet vermeld worden de her­denking op 8 October 1942 van het dertigjarig jubileum der Stichting; op 4 October 1912 had de plechtige opening van Valkenheide plaats gevonden. Het achterbaksche stoken tegen Valkenheide ging intusschen onverminderd voort met als gevolg ongewenschte belangstelling van Duitsche zijde. Begin 1942 werd geeischt zich als uitgever en redacteur van „Onze Jongens” aan te sluiten bij het Persgilde van de Nederlandsche Cultuurkamer. Het gevolg was dat door het Bestuur in Maart 1942 het besluit genomen werd „Onze Jongens” voor het laatst te doen uitkomen. Op 9 Maart moest de heer Noordam opnieuw bij den „Beauftragte” verschijnen, thans om te vernemen, dat Valkenheide niet „begrijpend” genoeg ten opzichte van het Nationaal-Socialisme stond. Nadat de heer Noordam had uitgelegd, dat de N.S.B-beginselen in strijd zijn met de Nederlandsche volks­aard ging men niet verder op het vraagstuk in en kon hij ongehinderd vertrekken.

Op 31 Maart 1942 werd aan den Secr.-Generaal van het Departement van O.W. en Kultuurbesch. te ‘s-Gravenhage bericht dat het Bestuur zich voor de onmogelijkheid zag geplaatst om bij benoemingen cn ontslagen aan de Ambachts­school het besluit van den S-G. d.d. 8-4-‘41 na te leven.

Eenigc maanden later vertoonde zich een afgevaardigde van „Volkspflege” naar aanleiding van klachten over de voeding en verwaarloozing van de jongens. Na verkregen inlichtingen en een rondgang door keuken, werkplaatsen, verblijfs- en slaapzalen vertrok hij met de verzekering dat zijn indruk zeer gunstig was. In September d.a.v. werd Valenkenheide vereerd met het bezoek van vijf opsporingsambte­naren waaronder een „persoonlijk vertegenwoordiger” van Comm. Gen. Schmidt. Eenigen van hen doorzochten keuken, kelders en magazijnen benevens de woningen van directeur en hoofdambtenaren, de andere ploeg „verhoorde” vijf jongens. N.S.B.-ers, en den directeur, waarna zij verblijf- en slaap­zalen inspecteerden. Ze trokken af met de verzekering, dat zij aan hun opdrachtgevers rapport zouden uitbrengen. In denzelfden maand kregen eenige jongens, die zich tijdens verlof aangemeld hadden, een oproep om voor de Arbeids­dienst te worden gekeurd. De Heer Noordam bracht naar aanleiding hiervan een bezoek aan het Departement van Justitie om nog eens krachtig aan te dringen op de regeling van deze kwestie, die zou betekenen, dat aan verpleegden uitstel (afstel!) van opkomst werd verleend.

Ook van militaire zijde begon gedurende 1942 de belang­stelling voor „Valkenheide” toe te nemen. Op 4 April moesten ten behoeve van de Duitsche weermacht aantal en grootte van alle gestichtsvertrekken worden opgegeven, ter­wijl in Juni en September bezoek volgde van Duitsche mili­tairen. Die gebouwen kwamen zien met het oog op legering van troepen. Tot een vordering kwam het echter niet. Aan het einde van het jaar wordt clandestien bekend, dat de Commissaris voor niet commerciële vereenigingcn en stich­tingen eischt: ontslag van den directeur, afzetting van het be­stuur en benoeming tot directeur van den heer van Aardennen den Inspecteur-N S B’er

Als één man besloot het personeel van Valkenheide om collectief ontslag te nemen wanneer dit werkelijkheid zou worden. Het Bestuur nam maatregelen om in dat geval in staat te zijn de salarissen door te blijven betalen, door uit de kas ƒ 10.000 in contanten in een safeloket op te leggen, toegankelijk voor enkele echtgenooten van bestuurs­leden.

Het jaar 1943 kenmerkte zich door een toenemen van de dreigingen tegen Valkenheide’s werk. Waardoor een hou­ding van afweer noodzakelijk werd, die de arbeid wel scha­den moest, in het voorjaar van ’43 kwamen er moeilijkheden met den Commissaris voor niet commerciëele vereenigingcn en stichtingen, die invulling en toezending eischte van ge­zonden formulieren ter verkrijging van een overzicht van eigendommen en exploitatie van het gesticht. Het Bestuur beriep er zich op dat Valkenheide voorkwam op de lijst van het Departement van Justitie van de bij de justitiëele kinder­bescherming aangesloten instellingen en dus stond onder in­spectie van dit Departement. Nadat van het Departement bericht was ontvangen, dat er geen bezwaren waren om de gevraagde gegevens te verstrekken werden de formulieren ingezonden.

Op 19 Mei 1943 werd den Commissaris evenwel bericht, dat de formulieren ten onrechte waren ingezonden, omdat Valkenheide te beschouwen was als een kerkelijke instelling, die niet aan het toezicht van het Commissariaat was onder­worpen. Medegedeeld werd dat de inzending dus onverplicht was geschied en sans préjudice t.o.v. in de toekomst door het Bestuur te nemen beslissingen. Van de zijde van den „Com­missaris” kwam daarna prompt bericht, dat deze opvatting onjuist was en ernstige gevolgen voor het Bestuur zou kun­nen hebben.

8 Juni ’43 had een bespreking plaats van het Bestuur van Valkenheide met het modcramen van de Synodale Commissie over de inmenging van den Commissaris voor niet commerciële Vereenigingen en Stichtingen in Valkenheide aange­legenheden, waarbij werd vastgesteld. dat Valkenheide wel een afzonderlijk juridisch bestaan voerde en naar de letter derhalve onderworpen was aan het toezicht van genoemde commissie, maar anderzijds uitvoerster is van een specifieke taak der kerk en dit besliste over de vraag omtrent de toe­passelijkheid van de bewuste verordeningen en dat de kerk zich derhalve tegen inmenging in Valkcnheide aangelegen­heden moest verzetten. Bij de te volgen gedragslijn moest rekening gehouden worden met de omstandigheid dat Valkenheide eventueel belangen zou moeten verdedigen van wijdere strekking, dan alleen die welke de instelling zelve raakten.

Ook de „gewone” moeilijkheden door de tijdsomstandig­heden veroorzaakt ten opzichte van voeding, kleding, ma­teriaal en plaatsruimte, werden natuurlijk steeds grooter. Ge­lukkig was de gezondheidstoestand beter dan het vorige jaar. Eén geval van roodvonk deed zich voor in het gesticht, ter­wijl een jongen tijdens zijn verlof aan diphterie overleed. Als voorzorgsmaatregel vond inenting plaats.  In de eerste dagen van het jaar keerde een van de jongens, N.S-B.-er, van verlof terug met een verbintenis bij de S S en kreeg de Heer Noordam telefonische aanwijzingen, opdrachten en bedreigingen ten opzichte van deze knaap en eenige anderen, die blijkbaar dezelfde richting uit wilden. Kort daarop volg­de de opdracht van het Gewestclijk Arbeidsbureau tot opgave van de namen der verpleegden van 18 jaar en daarboven voor „arbeidsinzet” in Rusland. Deze opgave werd gewei­gerd. Door den Secretaris van het Bestuur en den Directeur werd op 18 Januari geconfereerd met den Secretaris Generaal van het Departement van Justitie en met de Synodale Commissie der N.H. Kerk over de dreigende oproep, waarna op 20 Januari het bericht binnenkwam, dat tengevolge van de door de Synode ondernomen stappen de „inzet” van Valkenheide-jongens niet zou doorgaan.

In Maart komt Duitsche politie graven naar wapenen, welke in de Meidagen van 1940 verstopt zouden zijn, en wordt de Directeur voor de zooveelste maal door den „Beauftragte” in Utrecht ter verantwoording geroepen. Er waren klachten over Hetze tegen Duitschland, blijkende uit de inhoud van op Valkenheide gehouden preeken.  Verpleegden zouden opgesloten zijn, omdat ze aan Duitsche instanties hadden geschreven, de „Führer” zou herhaaldelijk worden beledigd enz. enz.

De Directeur kon vertrekken na de verzekering van de zijde van den Beauftragte, dat hij ,.er bij” zou zijn, wan­neer er nog één klacht over het gesticht zou binnenkomen.

Op 25 Juni wordt te 2 uur in den nacht het huis van den directeur door politie omsingeld, hij wordt verhoord en in diezelfde nacht wordt de bedrijfsboer gearresteerd. Dit was het werk van den nieuwen N.S.B.-burgemeester, wien ter oore was gekomen, dat de boer zijn radio niet had inge- levcrd. Na 3 weken in Amsterdam gevangen gezeten te heb­ben werd de boer vrij gelaten. Een en ander was niet los van de plannen welke de hccrcn t o.v. Valkcnhcide koester­den. want in de vooravond van die nacht was er een soort krijgsraad belegd, in welke raad ook v. Aardenne zitting bleek te hebben.

Intusschen bleef het worstelen om te ontkomen aan de greep van de SS. Wcggeloopen jongens meldden zich, an­dere maakten van hun verloftijd gebruik om dit te doen. Een beroep op de overeenkomst van den Sccrctaris-Gencraal van het Departement van Justitie met het SS. Ersatz-Kom- mando, dat Regeeringsjongens niet voor dienstneming bij de weermacht in aanmerking kwamen, kon een enkele maal succes hebben, meestal echter werden de jongens 200 snel over de grenzen gewerkt, dat een beroep niet meer mogelijk was. Erger was, dat juist in den tijd dat ronselaars in Duits uniform zich op het eigen terrein van de stichting be­gonnen te vertoonen, van het SS Ersatz-Kommando schrif­telijk bericht binnenkwam, dat het zich niet meer hield aan de bovengenoemde overeenkomst.

Op 18 October werden 2 jongens door een (Holl ) SS-man in uniform meegenomen. Een week later bevonden zich twee ronselaars op het terrein, propaganda makend voor dienst­neming; met 11 jongens gingen zij heen. ’s Middags kwamen zij terug in opdracht van ..het Kommando”; alle ver­pleegden moeten aantreden ten einde hen te kunnen vragen om dienst te nemen. Dit wordt door den Directeur gewei­gerd. Nog drie maal komen de aasgieren echter terug en worden 37 jongens meegenomen.

Ook in 1943 kwamen herhaaldelijk Duitsche officieren Valkenheide bezoeken om de gebouwen op te nemen zonder dat evenwel tot vordering werd overgegaan. Einde 1943 werd het ontvangen gedeelte van de opbrengst uit de Kinderpostzegelactie 1941/1942 op advies van de sub-commissie Kerk en Kinderbescherming van den Herv. Raad voor Inw. Zending na ruggespraak met de Synode teruggestort..

Zooals vanzelf spreekt leed de Heer Noordam zwaar onder het gebeurde met zijn jongens, want al waren het niet de beste pupillen die in verdwazing en eigenwijsheid, menend het ..beter” te zullen krijgen, aan het zoet gefluit van den Duitschen vogelaar gehoor gaven, het waren en bleven toch „zijn jongens”, met wie hij het beste voor had en die hij nu hun ongeluk tegemoet zag gaan. Zoo zeer was hij onder de indruk van dit gebeuren, dat hij op Oudejaars­avond sprak over de vraag: ..Heeft God vergeten genadig te zijn?” (Psalm 77).

Den 2en Februari 1944 werd door het Bestuur naar aan­leiding van een rondzendbrief van de kerken in Nederland van Januari ’44 den Directeur opgedragen op geen enkele wijze te bevorderen dat jongens uit de inrichting konden worden ingelijfd in vreemde krijgsdienst. Daaronder werd verstaan zoowel het geven van inlichtingen als het toestaan aan de jongens om zich na verkregen oproep voor een keuring te melden. Evenmin mocht worden goedgevonden dat po­gingen zouden worden aangewend om zelfstandig met de jongens in contact te komen. Dit geschiedde ten einde den Directeur in de gelegenheid te stellen zoo noodig zich te beroepen op de Bestuursopdracht.

In het begin van die maand had ook een bespreking plaats van den Secretaris van het Bestuur met een ver­tegenwoordiger van het N.A.F. naar aanleiding van ver­meende klachten over salaris en pensioenregeling te Valken­heide.

Het Bestuur had namelijk op een brief van het N.A.F. om in­lichtingen over loon- en salaris voor waarden geantwoord deze niet te kunnen verstrekken, daar Valkenheide als instelling van de Ned. Herv. Kerk zich conformeerde aan de opvatting dier kerk, dat de bemoeiingen van het N.A.F. zich niet uit­strekten tot hen die in dienst zijn van de kerk en haar instel­lingen. Genoemde vertegenwoordiger kwam daarom thans persoonlijk inlichtingen inwinnen, die echter niet verstrekt werden. Echter werd toegezegd, indien het Bestuur dit zou goedkeuren, in een mondeling onderhoud mededeelingen te zullen verstrekken over genoemde materie, voorzoover deze algemeen bekende regelingen betroffen. Dit onderhoud had plaats op 9 Maart ’44, waarbij uitdrukkelijk werd uitgespro­ken, dat het geven van de inlichtingen niet mocht worden uitgelegd als een erkenning door Valkenhelde van het recht van het N.A.F., om zich in te laten met de zaken van Val- kenheidc. Het onderhoud eindigde hiermee, dat de verte­genwoordiger van het N.A.F. zijn tevredenheid uitsprak over de op Valkcnhcide geldende salarisregeling, enz.

Verder ging een groot deel van 1944 in betrekkelijke rust voorbij. De belangstelling van Duitsche zijde scheen te ver­minderen.

In het voorjaar kwam een aantal geëvacueerden uit Zee­land op de stichting toevlucht zoeken, waarvan eenige jon­geren hier ook werk vonden.

Ronselaars werden niet meer op het gestichtsterrein ge­zien, wel nam een enkele verpleegde in verloftijd nog dienst bij de weermacht, SS of NSKK en werd in een schrijven dd. 8-4-’44 door het Bestuur bij den Secr.-Generaal van het Departement van Justitie nogmaals ernstig geprotesteerd tegen de inlijving van Regeeringsjongens. die geheel in strijd was met de bestaande bepalingen, echter zonder succes.

Ook scheen nu en dan vordering van gebouwen te dreigen, maar mede door tusschenkomst van de Synode der N-H. Kerk en het Departement van Justitie werd een eventueele vordering pas in uitzicht gesteld wanneer “het front” dich­terbij zou komen.

Razzia’s kwamen op het stichtingsterrein niet voor, de als ambtenaar werkende onderduikers waren veilig.

Het gewone gestichtslevcn ging door. jongens vertrokken en nieuwe kwamen hun plaats innemen, van de benoeming van den N.S.B.-er van Aardenne tot directeur scheen geen sprake meer te zijn, vermoedelijk had de bekende „Commis­saris”, gezien eenige opgedane ervaringen, geen vertrouwen in het experiment en ook de „Beauftragte” liet niets meer van zich hooren.

Het „dikke dossier” met aanklachten tegen Valkenheide, waarmede steeds werd gedreigd, bleef rustig in het archief. Men had het te druk met andere dingen, want iedereen ver­wachtte de „invasie”. Het uitzicht op de invasie, die de lang verwachte uitredding zou brengen, naar men hoopte, maakte dat men de moeilijkheden van schaarste in alle dingen ge­makkelijker droeg en toen in Juni eindelijk de landingen in Normandië plaats vonden steeg de stemming en werd elken dag in spanning naar de nieuwsberichten geluisterd. Voor den heer Noordam en eenige van zijn medewerkers, die per­soonlijk deelnamen aan de ondergrondsche verzetsbeweging was de spanning zeker het grootst en steeg ten top toen in Augustus de snelle opmarsch door Frankrijk en België be­gon en in de eerste dagen van September het gerucht werd verspreid, dat de geallieerde troepen de Nederlandsche grens naderden. Dit leek des te geloofwaardiger toen overal in ons land bombardementen op de vliegvelden plaats had­den en op Zondag 3 September Soesterberg een groote beurt kreeg, bij welke gelegenheid er vlak bij Valkenheidc een projectiel in het wegdek sloeg. Op 4 September wilde het gerucht, dat de Engelschen al in Breda zouden zijn; in aller­lei plaatsen maakte men zich voor de ontvangst van de ge­allieerde troepen klaar en toen op Dolle Dinsdag de groote uittocht van N.S.B.-ers plaats had en van Aardenne met vrouw en dochter (de zoon was bij de SS) Valkenheide ver­liet, werden zelfs de kalmsten en nuchtersten het slacht­offer van de hoerastemming, die op een noodlottige vergis­sing zou blijken te berusten.

In den nacht van 6 op 7 September hebben vele Valken- heide-bewoners wel schoten gehoord, maar zeker niet be­seft. dat deze de inleiding waren van een zoo moeilijken tijd als zelfs de ergste pessimist zich niet kon voorstellen.

In zijn verslag over het jaar 1943 schreef de Heer Noor­dam: ..we zoeken naar de zwartste stift in onze teekendoos om in de donkerste lijnen de schets van het jaar te trek­ken”           we meenden toen reeds het moeilijk te hebben

gehad.

Wat hadden de schoten beteekend? De „ondergrondschc” waartoe ook Valkenhcide-bcwoners behoorden, hadden

ecnige NSB-burgcraeestcrs uit de omgeving, met aanhang. opgepakt om hen per auto naar het Isolatie-paviljocn van de Stichting te brengen, waar ze opgesloten zouden blijven. Dit zou echter niet zonder incidenten gaan. De Duitschcrs, van de schrik bekomen, en door het uitblijven van de geal­lieerden weer driester en waakzamer geworden, hadden lont geroken en bij de grens van Valkcnheide werd door een wachtpost op de passecrende auto geschoten, die echter doorreed en na ecnige strubbelingen bij de boerderij tenslotte haar doel bereikte en de gevangenen in het I.P. afleverde. Wat er gebeurd was wisten slechts de ingewijden, velen werd dit eerst later duidelijk.

De Heer Noordam, die in de morgen van 6 September als wethouder van de gemeente Maarn een samenkomst in Maarsbergen had gehad met zijn mede-wethouder en den NSB-burgcmccster, kreeg in de avond van die dag een hart­aanval, bovendien ontaardde een gevatte koude in longont­steking. zoodat hij op 7 September zwaar ziek te bed lag. toen in de middag het hoofdgebouw van de stichting plotse­ling omsingeld werd door de S.D. en er geen muis meer in of uit kon. De IP.-zaak was uitgelekt en met name werden ecnige ambtenaren gezocht, die hierbij betrokken moesten zijn. Het bleek dat de S.D. reeds bij den Directeur geweest was om inlichtingen, maar dat deze hen had doorgestuurd naar het hoofdgebouw. Een verhoor had geen resultaat, niemand wist iets. Het aanwezige personeel werd daarop in de keu­ken bijeen gedreven en moest daar met de handen omhoog blijven staan terwijl het gebouw’ doorzocht werd. Weer geen resultaat. En toch was een der gczochten in het gebouw, verborgen op het orgel — hadden de bloedhonden een ladder gehaald, zooals ze van plan waren, en verder gezocht — niemand weet wat dan de gevolgen zouden zijn geweest — het liep echter anders. De NSB-kameraden werden bevrijd en ze dropen af. Valkenheide herademde, meenend dat het

ergste achter de rug was. De bij het geval betrokkenen ver­lieten zoo snel mogclijk het terrein. Het ergste was nog niét gebeurd. Den volgenden morgen omstreeks het uur, dat de verpleegden in de kcrkzaal bijeen waren voor de morgen­wijding. kwam de S.D. terug en begaf zich naar het huis van den Heer Noordam. Of zij tot de conclusie gekomen waren, dat hij alles van de zaak afwist en zijn ziekte maar simulatie was. of was er soms verraad in het spel — nie­mand zal het waarschijnlijk ooit precies weten. De familie werd het huis uitgejaagd en naar het hoofdgebouw gezon­den — — kort daarop werden schoten gehoord — — Val- kenheide’s Directeur lag in het bloemperk voor zijn eigen huis — gefusilleerd.

Achteraf bleken er ook nog handgranaten in het huis te zijn gegooid, terwijl de woning van den hoofdambtenaar van het I.P. op dezelfde wijze was bewerkt. De S.D. verdween.

Valkenheide leek lam geslagen. Zij die geroepen waren om de talloozc practischc dingen te regelen, waarvoor ze plotseling werden geplaatst, konden hierin althans eenige afleiding vinden. De mecsten waren als verdoofd door de plotselinge slag en van veel jongens maakte zich een pani­sche schrik meester, daar de S.D. blijkbaar allerlei bedrei­gingen tegen hen had gcuit. Geen wonder dan ook. dat niet­tegenstaande verdubbelde waakzaamheid velen de vlucht namen. Op 12 September had in alle stilte op het kleine kerkhof van de stichting na een rouwdienst in de kcrkzaal, geleid door Prof. Dr M. J. A. de Vrijer uit Utrecht, de be­grafenis plaats van hem. die vele, vele jaren voor Valkcn- heide een vader was geweest. Op last van ,.de autoriteiten” mocht alleen de naaste familie mede naar het kerkhof, eenige medewerkers als dragers, geen enkele van ..zijn jon­gens”.

Het leven ging door. Valkenheide moest verder, beroofd van de leiding van een directeur, die altijd getracht had alles zooveel mogelijk in eigen hand te houden. Gcmakkclijk zou dit zeker niet zijn. De verkeersmoeilijkheden maakten een normaal overleg in het bestuur onmogelijk, zoodat slechts enkelen de verantwoordelijkheid voor de gang van zaken hadden te dragen. Een voorloopige directie werd door het Bestuur benoemd, bestaande uit drie hoofdambtenaren: Hs. Brink. Administrateur, die tevens als waarnemend di­recteur naar buiten optrad. M. J. van Gocvcrdcn. Directeur der Ambachtsschool en A. C. Bos voor de directe leiding der jongens, terwijl Ds A. W. Brink met de titel van geeste­lijk verzorger hieraan werd toegevoegd. Deze directie moest zich schrap zetten om de moeilijkheden, die nu in snel tempo kwamen opzetten. het hoofd te bieden. Een van de eerste problemen waarvoor zij zich zag geplaatst, was een gevolg van de poging der geallieerden om bij Arnhem door te breken. Niemand zal ooit Zondag 17 September vergeten toen de luchtlandingen de hoop weer deden herleven. Die hoop bleek weer ijdel en Valkenhcide beleefde haar eerste inkwartiering van Duitsche militairen, overigens een kleine troep, die spoedig weer vertrok. Daarna begonnen de évacués uit Arnhem en Oostcrbcck bij Valkenhcide aan te kloppen, terwijl de vluchtelingen uit Wagcningen, Bcnnc- kom. Rhenen en andere plaatsen al spoedig begonnen toe te stroomen. Door de groote bereidwilligheid van alle be­woners gelukte het iedereen onderdak te brengen, maar de permanente aanwezigheid van zoovele vreemden brengt voor een gestichtsbevolking haast onoverkomelijke moeilijkheden mee. Om er een paar te noemen: Op de jongens, die in zulke tijden meer dan anders over „thuis” denken, maakt het zien van zoovele vluchtelingen een ontmoedigende indruk, het drukt de stemming en een . goede stemming” is in het ge­sticht van het allergrootste belang. Bovendien brengt het contact met vreemden, die de achtergrond van het werk niet kennen en begrijpen en daardoor vaak. zacht uitgedrukt.

onpaedagogisch handelen, groote gevaren mee. Een andere moeilijkheid vormde het voedsclvraagstuk; van de bonnen alleen konden deze mcnschcn niet leven en dus moest aan de belangrijke bevolkingsaanwas eenige aanvulling uit de voorraad worden verschaft. Hier stond tegenover dat van verschillende lijdelijke bewoners hulp en steun werd onder­vonden, waarvoor we dankbaar blijven.

Eind October werd een groot aantal jongens door Duitsche militairen opgchaald om te graven. De tijdclijke Directie pleegde overleg met het Bestuur en met den Voorzitter van de Synode over al of niet moeten voldoen aan de eisch tot tewerkstelling der jongens. Het alternatief zou zijn geweest sluiting der Stichting en het naar huis zenden van de aan de zorg van Valkenhcide toevertrouwde pupillen. Een be­hoorlijk thuisbrengen onder geleide was ónmogelijk en vele dagen zwerven zou aan de repatriatic verbonden zijn. Daar­bij kwamen nog de op zich zelf misschien niet beslissende factoren van het verloren gaan van de stichting met haar inventaris en de moeilijke positie waarin de opvoedende ambtenaren zouden komen te verkeeren. Het Bestuur meen­de de verantwoordelijkheid voor de gevolgen hiervan niet op zich te kunnen nemen en daar de Voorzitter der Synode dezelfde meening was toegedaan werd besloten noodge­dwongen voor de overmacht te bukken. Geëischt werd 200 jongens, doch dit getal werd verminderd, terwijl ook werd bereikt dat op Zondag niet gewerkt behoefde te wor­den.

Natuurlijk werd zooveel mogelijk gesaboteerd, terwijl ten­gevolge van het gebrek aan schoeisel, ziekte en weglooperij het getal steeds meer Inkromp, tof er tenslotte begtn Maart 1945 een soort dysenterie op de stichting begon te hecrschcn, welke ziekte door een op Valkenhcide ingekwartierde Duit­sche militaire arts „typhus” werd genoemd.Van deze Duitsche diagnose werd gretig gebruik gemaakt met het gevolg dat

 

cr uit vrees voor besmetting niemand meer ..tot nader order” of wel ..tot na den oorlog” behoefde te komen. Intusschen was deze epidemie op zichzelf erg genoeg en kostte zij aan twee verpleegden het leven.

Voor de arbeidsinzet begin Januari ’45 meldde niemand zich aan. De vordering van gebouwen voor de Duitsche weermacht, die zoo lang reeds had gedreigd, werd thans ook een feit. Was er sedert de Septemberdagen reeds eenige malen voor korten tijd en op kleine schaal inkwartiering geweest en was in Januari een deel van de stichting gevor­derd, eerst in Februari kwamen cr werkelijk Duitsche troe­pen op de stichting; een van de jongenspaviljoens en een klein schoolgebouw diende hen tot onderdak, terwijl in de lokalen van de Ambachtsschool paarden werden gestald!

Vanaf 17 Januari werden wc verstoken van clcctricitcit, be­halve voor de watertoren en enkele lichtpunten in de dienstgebouwen, terwijl een maand later ook dit ophield en eenige honderden menschen voor de watervoorziening op een paar pompen waren aangewezen. Dat het ontbroken                                     •

had aan voldoende kolen om de centrale verwarming te sto­ken spreekt wel vanzelf, welke moeilijkheden het meebracht om toch de noodige warmte te bezorgen, kan men zich niet voorstellen. En toen de electricitcit uitviel moesten er toch ook weer kookpotten zijn en de noodige brandstof daarvoor en noodverlichting. In de waschbehandeling moest worden voorzien en nog veel meer zaken vroegen tijd en energie- Dit alles trachtte men met moeite te overwinnen, terwijl het voedsel schaarscher en schaarscher werd, de bombarde­menten in de omgeving toenamen, bijna eiken dag de spoor­lijn en andere doelen onder mitraillcurvuur lagen, de V- wapens ons met hun sinistere geluid opschrikten en de luchtvloten van de R.A.F. ons ’s nachts uit de slaap hielden.

Moest cr in vorige jaren reeds van een dalende moraliteit onder de verpleegden worden gesproken, dat dit proces niet

 

stil stond, maar in dc gegeven omstandigheden versneld voortging. laat zich begrijpen.

Tegen Paschen. begin April, herleefde dc hoop. We zouden spoedig vrij zijn! Dc Totnmies kwamen. Wat duur­de het nog lang. Omstreeks 20 April was het duidelijk te merken, dat de aanval op de Grcbbelinie was begonnen. Granaten floten en gierden over het gestichtsterrein. Zon­dag 22 April werd Valkenhcide ..spergebied”, alleen tus- schen 8 en 9 uur ’s morgens en 5 en 6 uur ’s avonds mocht het terrein worden verlaten. Allerlei paden naar omliggende plaatsen werden met dikke boomen versperd. Wat er nog aan Duitschers op dc stichting was verdween naar ..het front”. Maar helaas — anderen kwamen en begonnen be­halve de reeds gebruikte gebouwen huizen te vorderen. Te midden van de algchcele verwarring had nog een tragisch sterfgeval plaats, de vrouw van een der leeraren aan de Ambachtsschool, die haar man krachtig in zijn ondergrondseb werk had gesteund, bezweek aan een aanval van dysenterie, in het gezicht van de bevrijding.

Op de wegen was een druk militair verkeer, nu in deze. dan weer in andere richting. Een paar dagen later               op­

nieuw vordering, thans door de SS. Wc beginnen het beeld van wagens volgcladcn met huisraad en beddegoed gewoon te vinden, maar het probleem waar nu weer heen, wordt nijpend. Een oogenblik dreigt het gevaar: de heelc stichting moet evacuccrcn. maar Goddank, het gaat over, nu dc heele omgeving spergebied is weet de SS er zelf geen raad mee. Wc mogen dus blijven. Het wordt stil In dc omgeving, heel stil. benauwend stil zelfs. Waar blijven de Tommies? Komen ze niet? Er hangt spanning in de lucht, dc radioberichten geven ons hoop op een spoedig einde van den oorlog, maar

toch……. gelooven durven wc het niet. Wc hooren van

voedselpakketten, die in de groote steden door de R.A.F. worden uitgeworpen. We zien de vliegtuigen en juichen ze toe. Is er wapenstilstand tot dit afgeloopcn is? en dan? Op 1 Mei komt ’s avonds het bericht door: de „Führer” is dood en de strijd om Berlijn zou beslist zijn. Op 2 Mei maakt dc SS aanstalten om te vertrekken — is dc oorlog afgeloopcn? 3 Mei: de oorlog is niét uit. er verschijnt een nieuwe SS-

ccnhcid…….. wéér vordering, wéér verhuizen, zou een mensch

de moed niet gaan verliezen? Op 4 Mei gaan Inkwartiering en vordering nog door. terwijl langs de groote wegen in dc buurt dc geallieerden in hun prachtige auto’s dc levensmid­delen vervoeren naar dc hongerende steden en hoonend neerzien op dc moffen, die voor hun vervoer zijn aan­gewezen op mestkarren, boerenwagens, fietsen zonder banden! Het is een wonderlijke situatie. Eindelijk 5 Mei: vanmorgen om 8 uur is de capitulatie een feit ge­worden    wc zijn vrij. ..Vrij?” met gewapende SS in

onze huizen cn gebouwen, die van een capitulatie niets afweet of althans doet alsof. Pas den volgenden dag blijken zij er iets van te weten, er *ijn er die er in burgerpak vandoor gaan. het is een gedesorganiseerde bende, dc soldaten dcclen hun gestolen goed aan iedereen uit. die het aanpakken wil.

Op 7 Mei, ’s middags tegen half 3 rijdt een groote Cana- decsche auto met een witte ster, gevolgd door een motor­rijder, het terrein op en stopt voor het huls. waar dc Kom­mandeur van de SS nog steeds verblijf houdt. Heel Valken- heide stroomt er heen en als de Canadeezen na hun onder­houd met dc SS-man uit het huis te voorschijn komen, wor­den ze stormachtig tocgcjuicht. Dan wordt de driekleur met Oranjewimpel aan de rood-wit-blauwe vlaggcstok gchcschcn. waarna zingen van het Wilhelmus volgt, een paar korte toe­spraken, hoera’s voor Koningin, Vorstenhuis cn vrijheid. Een aangrijpend moment.

Overal wordt nu ook gevlagd en oranje gedragen, de SS kan ons niet meer deren en we geven er niet om. dat

Valkcnhcidc verzamelplaats wordt en er steeds meer Duit- sche soldaten komen.

Op Hemelvaartsdag, de historische 10e Mei, zien we ze vertrekken, nadat ze in den morgen eindelijk ontwapend zijn. Een onafzienbare rij: te voet. op de fiets, op taJJooze wagens, een enkele in een auto, afgewisseld door kleine Canadeesche tanks; het blijft wel een uur lang stroomen. Is het werkelijk geen droom dat ze weg zijn? Vrijdag 11 Mei is het feest op Valkcnhcidc. ’s Morgens om half 9 komen we allen bijeen voor het hoofdgebouw voor de gemeen­schappelijke gang naar het huis van de familie Noordam. waar we staande rond de plaats waar onze directeur door moordenaarshand viel, luisteren naar een toespraak van den Heer D. de Bruin en het eerste couplet van het Wilhelmus zingen. Vervolgens gaat de lange stoet van jongens, ambte­naren, alle bewoners en eenige genoodigden, waaronder de burgemeester, tevens bestuurslid, en de Kcrkcraad, naar het kerkhof om kransen te leggen, waarna de plechtigheid ein­digt met het zingen van het zesde couplet van het Wilhelmus en dankgebed door Ds Brink.

Tenslotte gaat het naar de Kerkzaak waar in de dank­dienst voorgaan Ds A. W. Brink en Ds B. C Koolhaas. De zaal is overbezet want behalve de reeds genoemden zijn vele leden van de N.B.S. van Maarn en Maarsbcrgcn aanwezig, Jhr. Godin dc Beaufort, de Heer van Beuningen en nog eenige andere genoodigden.

’s Middags hebben een voetbalmatch en volksspelen voor de jongens plaats, terwijl de dag besloten wordt met een feestavond in de kcrkzaal met zang. muziek en declamatie- Een mooie dag. opgeluisterd door schitterend zomerweer.

Vafkenheïde was dc oorlog doorgefcomen. wei mc( zware averij, maar als geheel intact. We zijn met de stichting vele malen langs een diepe afgrond gegaan, maar telkens zijn wc de dans ontsprongen. Mcnschclijkerwijs gesproken heeft dit vaak afgehangen van zoogenaamde toevalligheden, maar God heeft deze willen gebruiken om ons „uit alle vreezen te redden” ‘) en Valkenhcidc te bewaren om het in Zijn dienst te blijven gebruiken.

‘) Oudejaarsavond-toespraak van den Heer Noordam op 31 December 1941 n.a.v. Psalm 34:5.